Naar de inhoud
Kinderopvang.co
Menu

Peuteropvang en voorschoolse educatie

Peuteropvang is opvang voor kinderen in de laatste anderhalf tot twee jaar voordat ze naar de basisschool gaan. Vroeger heette dat de peuterspeelzaal. Je kind speelt er een paar ochtenden of middagen per week met andere peuters, en raakt zo alvast gewend aan een groep en aan vaste momenten op een dag. Volgens het kabinet gaat rond 90% van de peuters in Nederland naar een vorm van opvang of voorschool.

Peuterspeelzaal is kinderopvang geworden

Sinds 1 januari 2018 is de peuterspeelzaal officieel kinderopvang. Voor peuteropvang gelden dezelfde kwaliteitsregels als voor een kinderdagverblijf, en de GGD controleert ze op dezelfde manier. In het Landelijk Register Kinderopvang staat peuteropvang daarom als kinderdagverblijf. Je vindt de locaties bij de kinderdagverblijven op Kinderopvang.co.

Wie betaalt peuteropvang?

Werken jij en je partner allebei, dan krijg je voor peuteropvang gewoon kinderopvangtoeslag, net als voor een kinderdagverblijf.

Krijg je geen toeslag, bijvoorbeeld omdat een van jullie niet werkt? Dan kun je bij de gemeente terecht. Die krijgt geld van het Rijk om ook voor jouw kind peuteropvang te regelen. Hoeveel uur je kind mag komen, vanaf welke leeftijd en wat het kost, bepaalt elke gemeente zelf, want daar is geen landelijke regel voor. Vraag het na bij je gemeente of bij de peuteropvang in je buurt.

Wat is voorschoolse educatie?

Sommige peuters hebben extra steun nodig, bijvoorbeeld omdat ze een achterstand in taal dreigen op te lopen. Voor hen is er voorschoolse educatie (ve): peuteropvang met een vast programma voor taal, rekenen, bewegen en omgaan met andere kinderen, zodat ze goed voorbereid naar groep 1 gaan. Samen met de extra begeleiding in groep 1 en 2 van de basisschool heet dat voor- en vroegschoolse educatie, of vve.

De gemeente bepaalt welke kinderen een indicatie voor ve krijgen, en ook wat ouders ervoor betalen. Krijgt je kind een indicatie, dan moet de gemeente zorgen dat het vanaf 2,5 jaar 960 uur ve kan krijgen in anderhalf jaar. Dat is ongeveer 16 uur per week.

Extra eisen voor ve

Op een ve-groep gelden strengere regels dan op een gewone peutergroep:

  • Per acht kinderen staat er minstens één medewerker op de groep, en een groep heeft maximaal 16 kinderen.
  • Medewerkers hebben een extra opleiding in ve gevolgd.
  • Medewerkers laten zien dat ze Nederlands spreken en lezen op minstens taalniveau 3F.
  • Een pedagogisch beleidsmedewerker heeft per ve-kind 10 uur per jaar om het programma en de medewerkers te begeleiden.

De GGD controleert of de opvang zich aan deze regels houdt. De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de kwaliteit van ve en kijkt of de gemeente haar taak goed uitvoert.

Niet elk kind met een indicatie gaat ook echt naar ve. In 2024 meldde de Inspectie van het Onderwijs dat gemeenten 77% van deze peuters bereikten, terwijl dat eerder rond 80 tot 85% lag. Tussen gemeenten zijn de verschillen groot.

Wat verandert er?

Op 1 januari 2027 veranderen twee eisen voor ve, en dat besluit staat al in het Staatsblad. Studenten die werken en leren mogen dan onder voorwaarden meetellen als medewerker, na hun eerste opleidingsjaar en met een volledig opgeleide collega op de groep. Medewerkers kunnen hun Nederlands dan ook aantonen met niveau B2, naast 3F. Vanaf 1 augustus 2027 hoort interactief voorlezen bij de ve-opleiding.

Het kabinet wil gemeenten vanaf 2027 elk jaar € 60 miljoen extra geven voor ve en andere hulp bij achterstanden, waarmee het een eerdere bezuiniging terugdraait. Het bedrag staat in de begroting voor 2027, die de Tweede Kamer nog moet goedkeuren.

Ook wil het kabinet uitproberen of peuters en kleuters samen in één groep kunnen zitten. Dat experiment met maximaal 200 groepen duurt vier jaar en zou op 1 januari 2027 moeten beginnen. Het besluit daarover is nog niet definitief, want de Raad van State moet er eerst naar kijken.

Vanaf 2029 wil het kabinet de kinderopvangtoeslag vervangen door een vergoeding die rechtstreeks naar de opvang gaat. Peuteropvang en ve via de gemeente blijven dan bestaan. Gemeenten krijgen in dat plan meer vrijheid om ook voor andere ouders de eigen bijdrage te betalen, maar dat is nog een voorstel. Meer hierover staat op Wat verandert er en bij de arbeidseis.

Advertentie